De zon schijnt over Oslo en wij starten onze laatste Noorse ochtend met een stevig ontbijt – routineus maar efficiënt, alsof ons lijf weet dat de ferry wacht. Omdat het schip pas om 14:00 vertrekt, hebben we nog een paar uurtjes te vullen. En zoals het McMotoBoys betaamt, doen we dat met stijl.
We rijden richting het Vigelandpark, een van de grootste beeldhouwparken ter wereld. 212 stenen en bronzen sculpturen, neergezet tussen 1907 en 1942, en nog altijd in topvorm – alsof Gustav Vigeland ze gisteren nog zelf heeft geboetseerd. De beelden tonen het leven van de mens in al zijn fases: geboorte, groei, strijd, liefde en de onvermijdelijke eindhalte. Indrukwekkend en beklijvend. Zelfs de stoerste van onze bende kijkt even stil.
Maar McMotoBoys zijn niet van het stilstaan, dus maken we nog een artistiek ommetje naar het Astrup Fearnley Museum. De architectuur alleen al is een bezoek waard: moderne lijnen, schuine hellingen en houten details die contrasteren met het staal van de stad. We zetten onze wielen richting haven – tijd om afscheid te nemen van dit prachtige land.
De ferry naar Kiel ligt al blinkend klaar. In de wachtrij nestelen we ons tussen een harde kern Harley-Davidson-rijders: leren vesten, zonnebrillen zonder glas, baarden tot op de buik – échte bikers. We bewonderen hun machines, vooral één exemplaar dat lijkt te bestaan uit enkel een motorblok met twee wielen. Geen voorremmen. Geen koppelingshendel. Hoe die ooit een Noorse berg af is geraakt zonder zijn tanden achter te laten, blijft een mysterie.
We rijden de ferry op als volleerde seariders. Het vastsjorren van de motoren gaat intussen als vanzelf – teamwork makes the dream work. Na het afnemen van onze motorpakken zoeken we ons een plaatsje op het zonnedek. Daar, aan de reling, kijken we zwijgend hoe Noorwegen langzaam achter ons verdwijnt in een grijze, kabbelende horizon. Een momentje.
De ferry blijkt een drijvend winkelcentrum: een shoppingstraat met glanzende vitrines, een cocktailbar, panoramarestaurants en zelfs een indoor waterpretpark.
Tegen de eerste honger betellen we wat tapas – verrassend lekker, al kijken de Harley-boys vreemd op bij onze keuze voor artisjok en brie. Soit.
Om 20:00 staat ons reservatie in het chique restaurant achteraan. We worden begeleid naar een tafeltje, met uitzicht op eindeloze zee. En dan verschijnt onze ober – droog als karton, geestig als een stand-upcomedian op pensioen. De sfeer zit meteen goed.
De driegangenmenu is top, de wijn perfect afgestemd. Maar het hoogtepunt van de avond komt als Bart, in volle Belgische glorie, om een extra portie frieten vraagt. “Met mayonaise, alstublieft.” De ober rolt met zijn ogen, verdwijnt, en komt terug... met een tube. “Voor de man met de mayonaise,” zegt hij droog. Bart knijpt tevreden. Wij lachen.
Bij het afrekenen bedankt de ober ons voor het “verfrissend gezelschap – behalve dan Bart... de mayonaiseman.” Iedereen lacht. Bart buigt als een koning. Humor verbindt.
Na het eten zwerven we nog wat door het schip. Er is live muziek, hier en daar een drankje, de sfeer is ontspannen. Maar de wetenschap dat er morgen nog 700 km op ons wachten, drijft ons uiteindelijk richting onze kajuiten.
De ferry wiegt zacht. De reis loopt ten einde. We kruipen in onze bedden, met beelden van staafkerken, skischansen, fjorden en vrienden in ons hoofd.
Slaapwel, Noorwegen. En vaarwel, avontuur.
Reactie plaatsen
Reacties